IJsland fietsreis 1999: Deel 1
Copyright 2002: René Maassen      rene_maassen@zonnet.nl
 
English version

 

Deel 1 (35 foto's) - Deel 2 (35 foto's) - Deel 3 (36 foto's)


Druk op F11 voor grootbeeld.


02) IJsland ligt tegen de poolcirkel vlakbij Groenland.

03) Landen rondom de Noordpool.

04) IJsland is 3 x groter dan Nederland maar heeft slechts 260.000 inwoners.


05) Op 28 april 1999 vertrokken wij uit Gouda.
 

Om 10.30 trokken wij de deur achter ons dicht van ons in Gouda te koop staande huis. Wij reden weg en het was mooi weer maar met een harde wind uit het noordoosten. Via landwegen zouden wij door rustige streken naar Groningen fietsen. Langs de Hollandse IJssel, het puntje van de Betuwe, Utrechtse heuvelrug, Gelderse vallei, de Veluwe, Overijssel, Drenthe en dan Groningen. Helemaal over Hollandse boerenlandweggetjes. De wind was dus recht tegen, maar ja, dat kan wel eens gebeuren. Op IJsland waait het altijd hard hadden wij gelezen, dus wij spraken af daar niet zo vaak over te klagen.
 
Voorbij Utrecht fietsten wij de Randstad uit en rolden de Betuwe in. Gelijk was het straatbeeld een stuk rustiger en vooral prettiger. Het viel ons op dat de mensen ons, vreemdelingen, gewoon "goedendag" wensten. Als je dat in de Randstad tegen een vreemde zegt, dan ben je gelijk verdacht. Hier is het leven nog goed. Het viel ons op dat hier in de winkelwagentjes géén guldens nodig zijn. De mensen brengen de wagentjes blijkbaar gewoon terug. De ontspannen sfeer doet ons goed. Wij worden vaak "goedendag" gewenst en delen die wens ook vaak uit. Vooral ik was de afgelopen weken opgejaagd geraakt. Ik had genoeg van drukte, haast en mensen die niet wilden wat ik wilde en andersom. Ik moest weg, ik had ruimte nodig.



06) Langs de Lek voorbij Oudewater. Prachtig voorjaars weer!
 

Het voorjaar kriebelt. In de weiden staan overal bloemen en speelse lammetjes maken rare en uitbundige sprongen, gadegeslagen door hun moeders. De vele fruitbomen hier in de Betuwe staan in bloei. De sfeer is goed en Jolanda en ik fietsen rustig en soepel tegen de wind in die nog steeds uit het noordoosten komt, de richting waarheen wij fietsen. Maar het goede weer houdt aan en wij vinden het prima zo.



07) Het Speulder en Sprielder bos op de Veluwe in voorjaarskleuren.
 

Wij fietsen door het mooie Speulder en Sprielder bos op de Veluwe. Alle bomen zijn in hun mooiste voorjaarsgroen. Deze felle lichte groene kleur vol levensenergie hebben ze alleen in het begin van de maand mei. In dit bos zijn alle bomen gekronkeld als slangen. De rechte bomen zijn er eeuwenlang tussenuit gezaagd voor de scheepsbouw. Tot de voltooiing van de afsluitdijk in 1932 lag de zee hier maar een paar kilometer vandaan. Omdat het donderdag is, zijn wij vrijwel alleen in het uitlopende bos. De massa is aan het werk en dit krommebomenbos is van ons op deze heerlijke lentedag. In Elspeet houden wij een dag rust, omdat het de volgende dag koninginnedag is (30 april) en alle dorpswegen geblokkeerd zullen zijn met festiviteiten.



08) Oude straatjes in Overijssel.

09) Na 1220 KM ging op 22 mei onze boot vanuit Hanstholm.
 

En dan, op donderdag 20 mei om 1 uur 's middags en na 1220 mooie voorjaarskilometers, rijden wij met een stralend zonnetje Hanstholm binnen. Hiervandaan vertrekt onze boot naar de Faeröer eilanden en IJsland. Onze bootreservering is pas voor de overtocht van volgende week zaterdag. Bij het kantoortje van de rederij proberen wij om een week eerder te varen, deze zaterdag dus al. De vriendelijke juffrouw heeft het zó voor ons geregeld.

"Het is nog rustig", zegt ze er glimlachend bij.

Dat is mooi. Nu kunnen wij dus overmorgen al gaan varen.

Opgelucht gaan wij naar het havenhoofd om te vissen. Ik vang een paar scharretjes voor het avondeten. Een paar kilometer buiten Hanstholm is op een beboste duintop weer zo'n fraaie Staatsbosbeheer camping. Daar gingen wij staan tot zaterdagmiddag en fietsten toen, nog steeds in de zon, heel relaxed naar de veerboot. Het waaide heel hard. De laatste afdaling van Hanstholm naar de haven was die keiharde wind tegen ons. Het waaide zó hard, dat wij moesten bijtrappen om naar beneden te komen! Vlak voor de terminal zagen wij de lijnbus stoppen. Een fietser laadde zijn fiets en fietstassen uit. Wij gingen zitten in de wachtruimte en kwamen in gesprek met die fietser. Het is een student uit Freiburg in Duitsland. Hij was met het openbaar vervoer naar hier gekomen en gaat 50 dagen fietsen op IJsland. Zijn vriendin is niet met hem meegegaan, maar zij heeft een soort persoonlijk plakboekje voor hem gemaakt met 50 pagina's wat past in een fotorolletje. Daar mag hij iedere dag één pagina van bekijken. Dat is een leuk idee! Er blijkt ook een Duitse wandelaar met een grote rugzak te zijn. Die wil deze zomer van west naar oost dwars door IJsland lopen. Een hele onderneming, zo lijkt ons. Die avond vertrekt om 20:30 uur onze veerboot, de Nörönna, naar IJsland.



10) Onderweg waren wij drie dagen op de spectaculaire Faeröer-eilanden.
 

De zee was ruw. Het was 35 uur varen tot de Faeröer eilanden. Op de Faeröer eilanden moesten wij verplicht drie dagen van boord. Deze veerboot vaart dan op-en-neer naar Bergen in Noorwegen. Woensdagavond vaart hij dan van hier naar Seyđisfjörđur op IJsland. Omdat het nog zo vroeg in het seizoen was, waren er weinig mensen die meegingen met deze veerboot die maar één keer per week vaart. Aan boord hebben wij ons eerst maar eens uitgebreid en lekker heet gedoucht, wat gratis was. Wij hadden de goedkoopste slaapaccommodatie geboekt, maar die zespersoons hut hadden wij dus met zijn tweeen. Er was zelfs een raam. Als we op ons bed lagen, hadden wij niet zo veel last van de flinke deining. Wij hebben het grootste gedeelte van de overtocht geslapen, wat blijkbaar nodig was.

Om 06:00 uur op maandag 24 mei kwam de boot aan in Tórshavn, de hoofdstad van de Faeröer eilanden. Thor is de Oud-noorse god van donder en vruchtbaarheid die de mensen beschermt tegen de machten van het kwade. Onze donderdag is nog naar hem genoemd. Hier in de haven van Thor waren wij dus veilig. Officieel maken de Faeröer deel uit van het Deense koninkrijk, net zoals Groenland. Maar in de praktijk zijn de eilanden zelfstandig. De Faeröer hebben zelfs een eigen taal en hun eigen geld wat echter 1:1 inwisselbaar is met de Deense kroon. Faeröer betekent 'schapeneilanden'. Op deze 18 kleine eilandjes, steil oprijzend uit de Atlantische Oceaan, konden wij dus veel schapen verwachten. Volgens onze reisgids was het weer hier zeer grillig en waaide het vaak nóg harder dan op IJsland.



11) Steil uit zee opreizende eilanden
 

In Tórshavn was alles nog gesloten op dat tijdstip. Wij besloten bij terugkomst van onze driedaagse fietsronde nog een rondje door deze kleine hoofdstad te fietsen. Met behulp van veel Deens belastinggeld zijn op Faeröer een heleboel tunnels aangelegd van kilometers lang. Die miljoenen kostende tunnels gaan soms naar een dorpje waar hooguit 100 mensen wonen. Vroeger waren dat soort dorpjes alleen per veerboot bereikbaar. Door de vele tunnels zijn de meeste veerboten nu uit de vaart genomen. De eilandbewoners moeten dan soms tientallen kilometers omrijden naar een brug of een tunnel, wat vroeger maar een kort overtochtje was met de veerboot. Het liefst hebben ze én de tunnels én de veerboten, maar dat zit er niet in. Voor fietsers zijn die tunnels een probleem. Velen zijn onverlicht en niemand verwacht een fietser in zo'n tunnel.

Tórshavn ligt op het grootste eiland, Streymoy [eiland in de stroming]. In het noorden van dit eiland gaat een brug naar het eiland Eysturoy [oostelijke eiland]. Dat is de enigste brug over de Atlantische oceaan, zo grappen de locals. De weg van Tórshavn naar die brug toe gaat dus door een tunnel. Gelukkig loopt de oude weg nog over de berg en wij besloten om die oude weg maar te nemen. In een tunnel zie je immers ook niets van de omgeving. Het weer was wat guur met een harde zuidwestenwind. Gelijk buiten het stadje ging de weg steil omhoog. Het asfalt was goed, maar wij waren niet zo goed, vreesde ik. De berg was grillig van vorm en veel meer dan wat mos groeide er niet. Boven de berg was de lucht donker. Na de derde bocht blies ook nog de wind vol in ons gezicht. Het werd echt te zwaar, deze steile klim én de harde tegenwind. Het viel tegen. Wij fietsten weliswaar al weer vier weken, maar dat was door vlakke polders. Onze fietsen waren zwaar met alle spullen die wij mee hebben voor slecht weer omstandigheden. Hele stukken moesten wij lopen. Af en toe was het wat minder steil of was de wind even weg en konden wij weer een stukje fietsen. Het weer werd slechter. Boven op de berg ging de weg golvend over de bergkam. Hier zo'n driehonderd meter lager moest de tunnel lopen. Wij hadden het ijskoud. Een hagelbui stortte neer. Auw, auw, auw. De grote hagelstenen deden reuze pijn op onze verkleumde huid. Waren de Faeröer sterker dan wij? Wij waren in ieder geval te koud gekleed. Het was maar vier graden. De wind was gigantisch hard, daar boven op de berg. Het was wél een spectaculair plaatje. De bergen hadden hele grillige vormen en waren allemaal bedekt met mos en grote losse stenen. Op de schaduwplekjes lag nog sneeuw. Op veel plaatsen liepen schapen met hun lammetjes moeiteloos over de steile hellingen. Schuin beneden lag de diepblauwe Kaldbaksfjordur [koude bak fjord]. Koud was het daar zeker. De donderwolk boven de berg was bijna zwart. Elders op de eilanden moesten op dit moment ook zulke hagelbuien aan de gang zijn; dat konden wij zien vanaf deze bergkam. De weg ging flauw naar beneden en het werd droog. Toen de weg plotseling naar links draaide, werd ik bijna van mijn fiets geblazen! Ik wiebelde hevig op mijn fiets en het ging maar nét goed. Bijna lag ik in de goot. Blijkbaar reden wij eerst in de windluwte, hoewel het allesbehalve luw aanvoelde. Om de hoek was daar ineens de volle wind. Nu begon de afdaling. Met 69 kilometer per uur stortten wij over de weg naar beneden en waren weer terug op zeeniveau, net voorbij de tunnel.



12) Het Eiland Kalsoy
 

Dan werd het tijd om een kampeerplekje te zoeken. Officieel is wildkamperen niet toegestaan, maar wie zich verstandig gedraagt, wordt getolereerd. Wij konden alleen geen vlak plekje vinden! Ieder vlak stukje werd gebruikt voor huizenbouw of als grasakker. Bij het einde van de fjord hadden wij nog steeds niets gevonden. In het dorpje Funningsfjřrđur zagen wij het fundament van een nooit afgebouwd huis. De muurtjes waren misschien 70 cm hoog en het plekje binnen de muurtjes was meer dan groot genoeg. Dit plekje bood een aantal unieke eigenschappen: als eerste was het helemaal vlak; als tweede waren de funderingsmuurtjes rondom een uitstekende windbreker; ten derde was het gratis. Als wij er tenminste mochten staan. Ik belde aan bij het dichtstbijzijnde huis, zo'n 20 meter boven ons plekje. De vrouw die open deed, was een jaar of 45 en reageerde verrast maar sprak slechts een paar woordjes Engels. Met wat gebaren erbij begreep ze mijn vraag al snel en het was geen probleem als wij daar gingen kamperen. Opgelucht plaatsten wij de tent.

Er lag een oude autoband die wij als zitstoel in de tent konden gebruiken. Er lag ook nog een karkas van wat een schaap geweest moet zijn. Ze keken daar niet op een schaap meer of minder. Toen ik even later water bij het huis ging halen kreeg ik koffie aangeboden die de mevrouw ondertussen speciaal gezet had. Haar man was er inmiddels ook. Ik begreep dat hij werkte bij de forellenkwekerij om de hoek. Ook kreeg ik een stuk taart met verse aardbeien aangeboden. De dochter was gisteren 15 jaar geworden. Uit beleefdheid sloeg ik het stuk taart af, wetende wat voor een fortuin aardbeien hier kosten.

"Bent u met de Nörönna hier gekomen?" vroeg de man.

"Ja", antwoordde ik.

Ik maakte een opmerking dat hij geluk had dat zijn werk zo dicht bij huis was. Tot mijn verbazing hoorde ik, dat hij er elke dag met de auto naar toe ging. Misschien was het 250 meter! Hij was vervolgens verbaasd dat ik daar verbaasd over was. Toen ik bedankte voor de gastvrijheid, werd mij duidelijk gemaakt, dat Jolanda ook koffie moest komen drinken. Als we nog iets nodig hadden, moesten wij gewoon aanbellen. Dat zouden wij doen, maakte ik duidelijk. Jolanda ging toen ook koffie drinken en nam dankbaar een stuk aardbeientaart in ontvangst. De taart was heerlijk, wist ze mij later te vertellen.

"Die vriendelijke mensen leken blij dat ik het stuk zo tevreden zat op te peuzelen", zei Jolanda.

"Zou ik met mijn valse beschaafdheid misschien iemand gekwetst hebben?" vroeg ik mij af.

Ik had er in ieder geval mijzelf mee. Eenmaal weer terug in de tent begon het weer te regenen en ik had ondertussen water voor thee gekookt.

Buiten waren twee jongetjes van een jaar of 10 vlak bij de tent gaan staan, zo konden wij door het ventilatierooster zien. Zij waren duidelijk heel nieuwsgierig. Ze stonden daar gewoon zonder jas nat te worden van de regen , wat ze blijkbaar heel normaal vonden. Wij niet, en nodigden die twee jongetjes uit om in onze tent te komen zitten. Nu, dat vonden ze wel wat! Wij boden ze thee aan, wat ze graag accepteerden. De regen tikte buiten tegen het tentdoek, maar binnen was het droog en niet koud. Eén van die twee jongetjes heette Jákup (Jacob) en hij sprak verbazingwekkend goed Engels. Jákup bleek een paar huizen verderop te wonen. Zijn vriendje sprak weinig Engels en die was een beetje stil. Hele verhalen wisselden wij uit met Jákup. Over zijn school en het kinderleven op Faeröer bijvoorbeeld. Hij wist heel veel van Europa, hoewel hij daar nooit was geweest. Het was wel een grappig gezicht, die twee dampende wijze natte mannetjes slurpend aan hun thee in onze groene tent. Toen het droog werd gingen de jongens naar huis en ik ging vissen aan de fjord. Die avond aten wij 4 koolvissen en noodles en wij gingen moe maar voldaan slapen.



13) Aankomst is in Seydisfjordur.
 

27 mei 1999. Om zes uur stonden wij op, pakten alles snel in en liepen naar het bovenste dek. Buiten was het fris, maar niet echt koud. In de verte doemde de kust van IJsland op. Wij konden het nog niet scherp zien, het land en de lucht leken nog versmolten met elkaar. Het zag er wittig uit. Zijn er soms veel wolken vandaag? Naarmate de boot dichterbij kwam, werd alles scherper. Er lag dus gewoon nog veel sneeuw op IJsland. Het was een groots gezicht, zo'n besneeuwd eiland wat opdoemt uit de koude Noord-Atlantische oceaan. Maar Ik voelde een licht zenuwachtig gevoel in mijn buik.

"Zijn we niet te vroeg?", dacht ik bij mijzelf.

"Hoe kunnen wij fietsen als er nog zóveel sneeuw ligt?".

Om een uur of acht in de ochtend voeren wij de fjord van Seyđisfjörđur in. De bergen waren grillig, hoog en steil. Op de naar het noorden gerichte hellingen liepen de sneeuw-velden tot aan de zee. Op de naar het zuiden gerichte hellingen was de onderste honderd meter sneeuwvrij, daarboven was het ook nog helemaal wit. Onze boot gleed rustig dieper de rimpelloze fjord in. De fjord bood een goede bescherming tegen de wind. De kustlijn was woest, leeg en verlaten. Jolanda en ik genoten van het wilde winterse uitzicht. Wij huiverden tegelijkertijd over de nieuwe onzekerheid, om hier te gaan fietsen. Langzaam nadere de boot het einde van de fjord; de kleurrijke huizen van Seyđisfjörđur werden zichtbaar. Langs de linker- en rechteroever van de fjord zagen wij een paar verlaten boerderijen en een met smeltwater doorweekte gravelweg. Seyđisfjörđur heeft slechts een paar honderd huizen die, zo te zien, pas sinds kort sneeuwvrij waren. In de schaduwrijke plekken lagen nog flinke stapels sneeuw.

De boot meerde aan: IJsland. Wij gingen van de boot af en er was géén weg meer terug. De komende drie maanden waren wij naar hier verbannen en gingen proberen te overleven op deze besneeuwde vulkaan.



14) Op 27 mei 1999 begon ons strafkamp van 14 weken....

15) De eerste kilometers op IJsland: nog heel veel sneeuw in Juni

16) IJslandse paarden
 

De winkel was al gesloten. Bij de benzinepomp konden wij een soort Tarvobrood kopen voor 8,40 gulden. Ik had nog nooit zoveel geld betaald voor een brood. Wij probeerden vervolgens vis te vangen voor het avondeten, maar vingen niets. De dag had voor ons nu lang genoeg geduurd maar hij was nog niet om. Het stopte nu met regenen en het werd mooi helder weer. Wij reden wat rond maar konden geen geschikt kampeerplekje vinden.

Een IJslands echtpaar was aan het tuinieren voor hun gele gegolfde containerstaal huis. Het viel ons op dat iedereen hier aan het tuinieren was (later hoorden wij dat een schip tuinmaterialen had aangevoerd, een soort varende winkel. De rest van het jaar is waarschijnlijk geen plant te koop hier).

"Kan ik u helpen, zoekt u iets?" vroeg de man.

"Wij zoeken een plekje voor onze tent" zei ik.

"Hier om de hoek is een kampeerveldje, daar kunt u gratis gebruik van maken.".

"Gratis?"

"Ja, het wordt beheerd door onze gemeente en dient om het toerisme in deze streek te ontwikkelen".

Wij bedankten de man en vonden het plekje naast de school. Een prima plekje. Omdat het wat hoger lag, keken wij uit over het dorpje en de haven. Er was een toiletgebouwtje met koud en zelfs warm water. Alles zag er brandschoon uit. Wij vonden het een goede service van dit dorp.

Toen de tent stond ging ik vissen. Ik zocht een ander plekje op achter een boot dit keer en ik had in no-time zes flinke kabeljauwen. Wij aten als avondeten vier kabeljauwen en bewaarden de andere twee om te bakken als ontbijt. Om half tien zijn we gaan slapen.



Wij fietsten verder langs de noordkust over weg 85 en gaan zo richting de Asbyrgi kloof. De noordkust is wild en verlaten. Er broedden grote kolonies noordse sternen. Die waren blijkbaar al aan het nesten. Wij werden bij iedere passage fanatiek aangevallen door honderden uitzinnige sternen. Er werden fecesfragmentatiebommen geworpen en een enkele keer werden wij zelfs in ons hoofd gebeten. Tegen de achtergrond van het ruige landschap bezorgde ons dat menigmaal kippenvel. De bergen waren nog helemaal wit. De oceaan beukte op de rotsen. Achter de horizon moest de noordpool liggen.

De dorpjes hier bieden ook een gratis basic camping. In ieder dorp waren wij de eerste bezoekers van het jaar en werd het halve dorp opgetrommeld om de sleutel te vinden. Wegnummer 867 bood een afsteekje, maar die weg was echt nog onbegaanbaar vertelde een boer ons. Dus bleven wij de weg 85 volgen. Die boer was één van de laatste. Dit is waarschijnlijk de eenzaamste bewoonde hoek van IJsland. Van het handjevol boerderijen wat wij tegenkwamen staat meer dan de helft leeg. De boer zei:

"De mensen kunnen hier geen inkomen verdienen en trekken naar Reykjavik. Dit proces is op heel IJsland aan de gang, maar vooral hier is het zo zichtbaar".

De trek naar de stad, die over de hele wereld zichtbaar is, voltrekt zich hier dus ook. Is dat de zegening van de vrije wereldhandel? Al duizenden jaren zijn de bewoners van de aarde nomaden, jagers of boeren. Zelfvoorzienend in lokale gemeenschappen. En nu opeens is overleven alleen nog mogelijk in de grote stad? Of komt het dat wij mensen teveel willen en opeens geen voldoening meer kunnen halen uit een basic leven? Van onafhankelijke zelfvoorziening naar afhankelijke bevoorrading. Waar is de vooruitgang?


 

17) De Asbergy-kloof is ontstaan na een gletscherramp lang geleden
 

Op zaterdag 5 juni kwamen wij aan bij het informatiecentrum van het nationale park Jökulsárgljúfur. Langs deze diepe kloof loopt de F862 die naar Mývatn [muggenmeer] gaat. Bij het informatiecentrum wonnen wij informatie in over de route. Die weg was nog gesloten! Een zware tegenslag. Wij konden 150 kilometer omrijden langs de noordkustroute die langs Húsavik [de baai met de huizen] gaat. Daarin hadden wij geen trek. Bovendien zouden wij dan twee sights missen die langs de F862 liggen: Hljóđaklettar [echorotsen] en Dettifoss, Europa's krachtigste waterval. Het zou nog minstens twee tot drie weken duren voordat de F862 openging vanwege de recordhoeveelheid sneeuw deze winter.

"Komt er nog een sneeuwschuiver binnenkort?" vroeg ik.

Maar die kwam dus niet omdat zo'n zware wagen de zachte weg kapot zou maken.

"Heeft er iemand in de afgelopen dagen of weken geprobeerd over die weg te gaan?" vroeg ik aan de campwarden.

Hij antwoordde:

"Nee ik heb van niemand wat gehoord. Misschien is de weg tot de echorotsen begaanbaar, maar verder beslist niet".

Wij twijfelden, maar wilden toch écht over deze weg naar Mývatn. Het weer was goed en de barometer bleef hoog staan. Wij besloten gewoon te gaan. Wij deelden onze beslissing mede aan de campwarden die het gelaten aanhoorde. Dat kon twee dingen betekenen:

1). Hij had al vaker met eigenwijze toeristen te maken gehad en maakte zich daar niet meer druk om, of
2). Het kon inderdaad wel, maar officieel was die weg nu eenmaal nog niet open dus kon hij ons niet officieel aanmoedigen om het tóch te proberen. Hij wenste ons succes toe.

Het waren 'maar' 60 kilometers over de nog gesloten F862 naar de hoofweg 1, die dan verder naar Mývatn gaat. Wij kochten voor vijf dagen eten bij de benzinepomp en wij zouden straks proberen naar de echorotsen te komen. Daar zouden wij kamperen en morgen besluiten om verder te gaan dan wel terug te keren.

Eerst bezochten wij de Asbyrgi kloof. Deze kloof is een hoefijzervormige hap uit het landschap. De geologen vermoeden dat lang geleden landinwaarts een grote vulkaanuitbarsting heeft plaatsgevonden onder een dikke ijskap. De enorme hoeveelheid smeltwater die daarbij in een korte tijd vrijkwam is toen noordwaarts gestoomd. Deze hele kloof van Dettifoss en Asbyrgi is daardoor ontstaan. De rivier heeft later zijn loop verlegt en Asbyrgi staat nu droog. De wanden gaan loodrecht zo'n honderdvijftig meter omhoog. In de steile rotswanden broedden grote vogelkolonies. Op de bodem van de kloof groeien nu berkenboompjes door de beschutte locatie. Hoewel het begin juni was, beginnen de eerste groene bladpuntjes nét zichtbaar te worden. Het is nu de eerste week van de lokale lente. Het was een vredig plaatje. Tijdens het plotselinge ontstaan van deze plek lang geleden moet het her heel wat gewelddadiger aan toe zijn gegaan.




18) Het rampgebied is nu begroeid maar in begin juni nog kaal.


19) De streek rond de nog gesloten weg........... van de Asbergy kloof naar Myvatn


20) De weg naar Myvatn was nog gesloten. Wij liepen 60 KM in 3 dagen door de sneeuw.
 

Ons eigenwijze avontuur begon. Het zouden 14 kilometers over de gravelweg zijn naar de echorotsen. Wij begonnen vrijwel op zeeniveau en de weg ging prima. De weg bleef heel geleidelijk klimmen. Het was prima te fietsen. Spoedig kwamen de eerste sneeuwveldjes. Voor auto's misschien een probleem, maar de fietsen konden wij er gewoon doorheen duwen. De wind was noordelijk en wij hadden dus wind mee op stukken die wij konden fietsen. Dat was het grootste gedeelte van de tijd. De wind was fris, maar het was prachtig zonnig.

Na 14 kilometer en enkele sneeuwveldjes waren wij tot zo'n 200 meter hoogte geklommen en moesten toen zo'n 100 meter steil afdalen naar een soort kom waar nog veel sneeuw lag op sommige plaatsen. Hier beneden was de officiële camping van het natuurreservaat. Die was natuurlijk ook nog gesloten. Wij konden een mooi windbeschut en droog plekje vinden naast het houten gebouwtje. Wij verrichtten de inofficiële opening dit seizoen. Tijdens het opzetten van de tent viel het ons al op dat al onze geluiden meerdere malen werden rondgekaatst. Zelfs het kabbelende smeltwaterbeekje klonk meervoudig.

Wij liepen naar de echorots. Wij konden de Jökulsa a Fjöllum [de gletscherrivier uit de bergen] horen bulderen in echorots, maar zijn locatie konden wij niet bepalen. Die rivier die door deze kloof stroomt moet een paar honderd meter verderop lopen in de diepte. Hij ontspringt uit de Vatnajökull [water gletscher] in het zuiden van IJsland. Dat is de twee-na-grootste ijskap ter wereld. Alleen Antarctica en Groenland hebben grotere ijskappen. De echo-eigenschappen van deze bergen ontstaan door de ontelbare vijf- en zeskantige basaltkolommen in de rotsen. Door de gladde oppervlakte van iedere basaltkolom én de hoeveelheid ervan blijft geluid maar rondkaatsen en wordt het erg lastig de oorsprong van een geluid te bepalen.

Tevreden liepen wij terug naar de tent. Het was weliswaar niet zo moeilijk vandaag, maar dit plekje hadden wij toch maar weer mooi gehaald. Bij de tent had ik grote problemen met de benzinebrander. Het apparaat bleef maar verstopt. Ik had het wel vier keer uit elkaar gehaald en begon het goed zat te worden. Ten einde raad had ik toen maar de ruime sproeier voor zware brandstoffen gemonteerd, ondanks dat wij gewoon loodvrije benzine gebruikten. Vanaf dat moment was alles goed. Wel was het ons opgevallen dat er in de bodem van de branderkop een gaatje begon te ontstaan. Voorlopig gaf dat geen problemen. Ons tentje staat nog in de zon als wij gaan slapen. Dag 1 was volbracht.



21) De Dettifoss waterwal is de krachtigste van Europa. Wij waren de eerste dit seizoen die hem zagen!
 

Zondag 6 juni 1999. Wij wagen het erop. Wij hadden nog drie dagen eten én één ontbijt. Het was een stralende dag. De zwakke wind kwam uit het noorden. Naast de hut stond ook een picknicktafel waaraan wij heerlijk onze noodles als ontbijt aten. Na het inpakken moesten wij eerst honderd meter steil omhoog uit deze put. Vandaag zouden wij proberen Dettifoss te halen. Dat waren 21 kilometers verder naar het zuiden.

Onze weg, de F862, liep op een soort plateau boven de kloof. Deze westelijke kant lag wat hoger dan de oostelijke kant van de kloof. Daardoor hadden wij een geweldig uitzicht over de wijde omgeving. Wij konden de zee in het noorden zien liggen en alle besneeuwde bergen rondom. Eenmaal uit de overnachtingsput, waren wij dus weer terug op zo'n 200 meter hoogte. ter hoogte van Dettifoss zou volgens onze kaart ongeveer het hoogste punt van deze weg zijn, zo'n 450 meter. Daarna daalt dit plateau weer licht naar de highway 1. De gravelweg bleef heel geleidelijk stijgen. Nou ja weg, van de weg konden wij steeds minder zien. Met het stijgen van de hoogte namen het aantal sneeuwvelden toe en die werden steeds groter. Door het stralende weer smolten ze wel, maar ze waren nog redelijk hard zodat het duwen van de fietsen nét ging. Jolanda kreeg last van haar arm door het harde duwen, daarom ging ik vanaf toen steeds voorop om het spoor te maken. Tot dat moment deden wij het om en om. Soms moesten wij de fietsen laten liggen en een heuveltopje oplopen om te zien waar de route verderging. Want sommige sneeuwvelden waren honderden meters lang. Er waren stukken waar de sneeuw nét weg was, die waren nog lastiger want daar was de bodem helemaal sompig geworden. Tot onze enkels zakten wij daar weg in het drijfzand wat ontstaan was. Met al onze macht konden wij de fietsen er nét uittrekken. Het was een uitputtingsslag.

Ter hoogte van Dettifoss zakten wij allebei door een sneeuwlaag heen en kwamen kniediep in een smeltwaterreservoir uit wat zich daaronder gevormd had. Wij hadden het gehaald! Wij zaten hier op 450 meter hoogte en ergens onder ons moest Dettifoss zijn. In totaal hadden wij vandaag 30 grote sneeuwvelden overgestoken en diverse zandblubber stukken. Wij hadden 8 uur nodig gehad voor deze 21 kilometer en wij waren helemaal gesloopt. Maar de dag was nog niet om.

Wij legden onze fietsen neer en klommen een nabije besneeuwde heuveltop op kijken of wij konden zien hoe de weg vanaf hier verder ging. Morgenochtend moesten wij besluiten om verder te gaan óf terug te gaan. Op de heuveltop konden wij de weg niet zien, want die lag nog onder de sneeuw. Wél konden wij zien dat het terrein naar het zuiden inderdaad afloopt en dat verderop en dus lager minder sneeuw lag. Het waren nog maar 19 kilometers naar de hoofdweg, dus als het weer de volgende dag goed was, zouden wij doorzetten. Om kwart over zes waren wij terug bij de fietsen. Dat heuveltje oplopen in de sneeuw heeft dus ruim een uur geduurd.

Wij besloten eerst op zoek te gaan naar Dettifoss en dan pas de tent op te zetten. Het is nog steeds stralend weer. Aangezien wij toch de enigste personen hier zijn, wij zijn de eerste dit jaar, besloten wij de fietsen gewoon op de weg te laten liggen. Tussen de sneeuwvelden door waren stukjes van het pad te zien. Zo gingen wij op zoek naar Dettifoss. Het lawaai van de waterval werd steeds luider. Ook konden wij de waterdamp in de lucht zien waar de waterval moest zijn. Het was nog een hele tippel, ik schat zo'n drie kilometer over sneeuwvelden en rotsen. Soms waren wij het pad helemaal kwijt en gingen toen weer op het lawaai van de waterval af. Het was de moeite waard. Enorme hoeveelheden water worden hier door de kloof geperst en bij Dettifoss stort deze massa zo', 50 meter naar beneden. Op een 'normale' dag gaat hier zo'n 800 M3 per seconde doorheen. Op topdagen wel het dubbele. Ik weet niet hoeveel het die dag was, maar het was een boel. Ik probeerde een denkbeeldig waterpakketje te volgen tijdens de val in de waterval maar ik was het snel kwijt. Wát een geweld. Boven de waterval was de lucht gevuld met ontelbare bij de botsing ontsnapte watermoleculen. Door deze dubbelewaterstofenkelezuurstof combinaties én de nu laagstaande zon werden mooie regenbogen gevormd. Het was al half negen toen wij terug waren bij de fietsen. Wij vonden een redelijk droog plekje, plaatsten de tent en kookten ons avondmaal van de tweede dag. Wij waren helemaal gesloopt. Het schuin duwen van de fietsen door de sneeuw en modder had ons ook een flinke rugrijn bezorgd. Maar wij leven nog. Het was een zware maar mooie dag. Dag twee was volbracht.

Maandag 7 juni. Het was nog steeds zonnig. Door ons hoge vrijstaande kampeerplekje had de tent de hele nacht in de zon gestaan. Wij gingen door voor de laatste 19 kilometers tot de hoofdweg. Vanaf daar zou het weer simpel zijn. Wij konden hier op deze hoogte geen weg meer zien, maar wij moesten zuidwaarts en konden ongeveer wel raden waar de weg moest liggen. Vanaf hier zou de weg zo'n 150 meter dalen over die 19 kilometer lengte hadden wij op het kaartje van het nationale park gezien. De hoeveelheid sneeuw zou dus geleidelijk minder worden. Dat werd het ook, maar dat maakte het nóg moeilijker in plaats van makkelijker. Door het aanhoudende mooie weer was de sneeuw ondertussen ook zacht geworden wat het duwen aanmerkelijk zwaarder maakte. De fiets zakte nu wel 10 cm weg in de sneeuw. Er waren veel plekken waar de sneeuw nét weg was en die plekken waren weer helemaal verzadigd met smeltwater. De nu zichtbare weg leek meer op een zuigende heksenpot. Er werd aan onze enkels en fietsen getrokken. Heel geleidelijk daalt onze hoogte. Wij moesten nu op ongeveer 350 meter zitten, maar de hoogtemeter gaf 475 meter aan. Aangezien ik de instelling niet veranderd had sinds het laatste ijkpunt van vanochtend moest de luchtdruk nu dus fors aan het dalen zijn. Er stak een harde zuidwesten wind op. Wel scheen de zon nog steeds volop. Vanaf hier konden wij de meeste stukken nét fietsen. Maar het natte mulle zand en de harde tegenwind maakten het niet eenvoudig. Wij hadden de tankversnelling 24:32 nodig om net aan het rollen te blijven. Voor ons lag een wijds landschap. Wij keken uit op het noordelijkste deel van de grote zwarte woestijn die het IJslandse binnenland bedekt. Aan de rand van die woestijn liep de highway 1, die naar Mývatn ging. Om 16:00 uur konden wij de highway 1 aanraken: wij hadden het gehaald! Mission impossible completed. De highway 1 is gewoon een tweebaansweg van goede kwaliteit.



22) Kamperen langs de noordkust. 's Nachts om 24:00 uur nog zon op de tent............

23) De Westfjorden

24) Verder de Westfjorden in

25) Afdaling naar de Westfjorden. De eerste dag is het heel koud. Daarna wordt het 10 dagen prachtig weer!


26) Een fjordje ........ Zigzaggen langs vele fjorden

27) Iedere staat hier een krankzinnig hard wind, maar wat is het mooi!


28) Een geweldig landschap en een vlakke weg!

29) Holle stenen: gestold lava

30) Deze steen is goed gevuld

31) Fjord na fjord na fjord.......

32) Basalt formaties. Hier zagen wij ook nog een zeearend, maar die wilde niet op de foto.


33) Bergen uit cakevormen

34) Lekkere wegen in de Westfjorden

35) Nog meer omgekeerde cakebakblikken.
 
 

IJsland fietsreis 1999: Einde deel 1
Copyright 2002: René Maassen      rene_maassen@zonnet.nl
 
English version

 

Deel 1 (35 foto's) - Deel 2 (35 foto's) - Deel 3 (36 foto's)


Druk op F11 voor grootbeeld.


 


Rene en Jolanda Maassen prive pagina's. Fietsreizen en fietsen op de fiets door IJsland, USA, Amerika, Japan, China, Mongolie, Mongolië, Laos, Thailand, Singapore. Rene,Jolanda,Maassen,fietsreizen,fietsen,fiets,fietsvakantie,wereldfietser, fietsreiziger,foto,fotoboek,reisfotoboek,IJsland,USA,Amerika,Japan,China,Mongolie,Mongolië,Laos,Thailand,Singapore. Bicycle bycycle tour coast to coast cross USA bikes cycling world bicyle tour. Orlando Florida Pensacola Dollar Louisiana New Orleans Texas Hylton Arizona Tombstone Saguaro cactus The Rim Strawberry Payson Grand Canyon California Californie Californië Bad Water Death Valley Emigrant Pass Pacific woestijn pipeline road Sonora woestijn San Francisco Tokyo Tokio Yen reizende zon Mt. Fuji Fuji-san Toba Kinosaki Honshu Skikoku Matsuyama Kochi Osaka Kobe onsen China Tianjin Peking Beijing trein Verboden stad Peking eend mongolie UB Ulan Batar Ulaan Bator steppen gher Togruk ghers paarden kamelen koeien geiten schapen gras Kharhorin Tsetserleg Bayankhongor kaas airmag gefermenteerd paardenmelk yoghurt zuivel bortz gedroogd vlees Trans Siberië express expres trein Moskou bus fiets RMB volksgeld Volksrepubliek China Chengdu Sishuan Lehsan Leshan Boeddha Kunming Yunnan Zuiden van de wolken Xishuangbanna Jinghong Mengla ananas pommelon banaan passievrucht tropisch bamboe Panda beer Pandabeer Laos Boten Udom Xai Muang Xai Boeddhistisch klooster tempel monnik oranje wit schilderingen bedelen bedelnap Mekong rivier Luang Prabang UNESCO werelderfgoedlijst boot Pakbeng Huay Xai Kip Kippen Thailand Baht Thaise Baht Emerald Bouddha Smaragd Chiang Kong Chiang Rai Chiang Mai Lamphun olifanten Pai trek raften bamboe raft vlot Kampheng Phet Old Sukhothai Ayuthaya Bangkok lucky Boeddha Phetburi Ranong Istmus of Kra Krabi The man with the golden gun Island Trang Maleisie Penang Ringgit Ringgit VOC fort forten Melakka Malacca Singapore Lee Kuan Yew Tijgerbalsum Haw Par villa coast park. IJsland Seydisfjordur Husavik Myvatn middernachtzon middernachtszon 24 uur dag licht Westfjorden Isafjordur Latrabjarg Reykjavik Hekla Kjolur Landmannalaugar Sprengisandur zwarte woestijn lavazand vulkaan Askja zwemmen zwavel Vatnajokul Vatnajokull James Bond "A view to a kill" Jokulsarlon Kverkfjoll zuidkust vissen kabeljouw veerboot Faroer Faroër eilanden Thorshaven.